Homepagina Laatste nieuwtjes Foto's Kalender Affiche's Links Gastenboek Sponsors Pers



Vrijdag 27 augustus: Rogier Telderman trio
Woensdag 1 September, 2010 om 15:58 door lejo

“The Art of the Trio bestaat er in, het subtiele fijnzinnig verweven van een minimaal gegeven als dat van een pianotrio, tot een magistraal geheel, een ruimtevullend klankbeeld, waar het belang van het aantal protagonisten, in de transparantie van de muziek vervaagt & verder opgelost in de luwte tussen de nummers.
Rogier Telderman’s trio volbracht dit huzarenstukje met een onweerstaanbaar gemak. Rogier, erg lyrisch en toch krachtig aan de piano, Ludo van der Winkel energiek, inventief en zangerig op de bas & Tuur Moens schitterde op drums. En dit allemaal met een gemak en speelplezier, dat de zaal aardig op stoom bracht. Piano, bas & drums, dwarrelden door elkaar als vallende herfstbladeren in een lage stralende zon. Eén nummer sprong er écht uit, Someday my prince will come’, sowieso al een van mij favoriete evergreens & hier het toetje op de taart.
Ik heb een broertje dood aan namen noemen, maar het jongensachtige klassiekgeschoolde pianospel doet onmiskenbaar terug denken aan de eerste muzikale ontmoetingen met Jef Neve en zijn vrienden, op den ouwe jazzzolder, in lang vervlogen tijden.” (Luque)

"Rogier Telderman speelt soepel en gespierd, romantisch zonder plakkerig zoet te worden, lyrisch zonder te overdonderen met talrijke resems noten en akkoorden die neerkomen als watervallen. De elektrische minivleugel met de mooie grote pianoklank werd weer goed benut. De contrabas van Ludo van der Winkel zag er wat gehavend uit, maar oogde des te authentieker en de jongeman haalde er de mooiste ronde klanken uit. Hij kent zijn instrument en bespeelt het voortreffelijk. Pianist en bassist speelden als een hecht duo bij wie drummer Tuur Moens te gast was. Je zou je haast afvragen hoe een paar nummers zonder drummer geklonken zouden hebben. Omdat Telderman en van der Winkel zo op elkaar ingespeeld leken en heel goed weten wanneer meer de ene, wanneer meer de andere op het voorplan kan gaan en wanneer samen voluit. Het was zeker niet zo dat drummer Tuur Moens er niets aan toe te voegen had. Het was wel soms wat voorzichtig, weifelend en een keer zelfs onhandig zoeken hoe ze met zijn drieën het beste zouden opschieten.
In de tweede set, zoals dat wel vaker gaat, liep alles al wat gesmeerder. Het jazzzolderpubliek is een en al oor en concentreert zich graag op het beste wat er in zit. Zo werden wij al meermaals beloond. Het verhoogt het speelplezier en het vertrouwen onder de muzikanten die er natuurlijk sowieso graag voor gaan als ze merken dat ze goed op dreef komen, maar die ook genieten van de extra stimulans van blije toehoorders. Met een warm gelopen motor ging het de drie nog beter af om een set te brengen van eigen nummers afgewisseld met standards. Klassiek materiaal zetten zij naar hun hand zoals dat in de wereld van de jazz hoort: traditie wordt in ere gehouden, maar we houden van vernieuwing en verfrissende uitvoeringen. Spelen met tijd en ruimte. Spelen met stilte. Met ideeën van toen en van nu. Uit op schoonheid, sierlijke en krachtige lijnen. Halsbrekende toeren haalden zij niet uit, hoewel... Drummer Moens die in de eerste set voor een gewaagd getimede solo ging bij Autumn Leaves vond in de tweede set een ideaal moment voor een solo in enig ophitsend samenspel dat feestelijk spontaan voor vuurwerk zorgde. Zo hebben wij weer een fijn concert gehad van veel gevoelig schoons met een magisch moment van zelfontbranding." (Danny)






Vrijdag 13 augustus: De Beren Gieren
Woensdag 1 September, 2010 om 15:56 door lejo

“Dynamisch is het eerste woord dat mij invalt voor het trio "De Beren Gieren". Drie gelijkwaardige muzikanten speelden met punch de eigen originele composities waarin voor ieder muzikant een evengrote inbreng school. Glimpjes van de vermaarde trio's uit de jaren zeventig van Cecil Taylor, Chick Corea, Keith Jarrett en Paul Bley zijn aanwezig maar deskundig in een eigen hedendaagse persoonlijke saus vermengd.
De muziek van "De Beren Gieren" vertrekt van duidelijke bijna funky thema's die daarna eventjes wegzinken in zinderende improvisaties en abstrakties en waar zelfs strijkjes klassieke muziek zijn te horen. Door de grote verscheidenheid van kleuren en ritmes bleef het publiek, als genageld, geconcentreerd en genoot ten volle van dit optreden. Dat de beren gegierd hebben is een vaststaand feit!” (Kris)

“Van bij de opener van de eerste set toonde dit drietal zich een hecht trio van zeer gelijkgezinden. De energieke aanhef stond bol van dramatische spanning met een humoristische knipoog, de muziek klonk als mogelijke live begeleiding voor Nosferatu of een andere expressionistische film. Fulco Ottervanger zocht veelvuldig en fors de lage registers van de piano op. Doorheen het ganse optreden zou hij dat regelmatig doen, wat kon herinneren aan Dave Burrell solo in de Singer vorig jaar. Misschien wat minder grillig, maar niet minder stevig dan Dave Burrell’s Full-Blown Trio speelde dit toch wel full grown trio met veel gevoel voor dramatische schoonheid, evenwicht en aanstekelijke ritmes twee heerlijke sets bij elkaar.
Na de opener werd een eigenzinnig ritme uitgesponnen dat iets leek te hebben met de hoekige manier van dansen van Thelonious Monk. In wat volgde dook nog vaak een filmisch karakter op. Lange verhaallijnen met daarin zeer uiteenloponde passages werden niet geschuwd. Het vergde zeker de aandacht van de toehoorders, maar de meesten van ons lieten hun aandacht graag grijpen door de geconcentreerde De Beren Gieren. Liefde en respect voor oude muziek, klassieke muziek en oude jazz, blues en ergens misschien ook wel chanson werd verweven met liefde voor 21ste eeuwse rock en pop.
Het spelen met contrasten uitte zich in luide stukken en zachte, forse en uiterst kalme, snelle en rustige, donkere en lichte, lange en korte... Ruimte om te soleren was er voor alledrie. Fulco Ottervanger leidde het talent van de drie langs moeilijke wegen en leuke paadjes. Hij haalde met gewiekst genoegen de grote pianoklanken uit de halfslachtig ogende, maar vol klinkende kleine elektrische vleugel van de jazzzolder. Een plezier om zo de akoestiek van deze vroegere kapel benut te horen! Met daarbij de contrabas, soepel, warm, wandelend, uitgebreid verhalend of eenvoudigweg het ritme aangevend. Met daarbij de drums en de percussie van een man die zichzelf telkens weer een eigen trance inspeelt, heel efficiënt in het geheel. Beide ritmische krachten haalden tussen haakjes op een bepaald moment de strijkstok boven...
Aah, gelijk hadden zij die gekomen waren: twee sterke, geïnspireerde sets van een uur voor weinig geld! Dankbaar groetten wij elkander weer.” (Danny)